Pesten: waarom óók slachtoffers trainen?

Veel mensen denken rechtlijnig. Dat gaat ongeveer zo: kinderen die gepest worden zijn slachtoffer –> de daders zijn de schuldigen –> díe moeten iets leren –> geen training voor de slachtoffers. Die laatste stap klopt niet. In een pestsituatie hebben alle betrokkenen iets te leren. Niet omdat ze al dan niet schuld hebben, maar om het probleem op te lossen.

Natuurlijk is het van de zotte om als enige stap in het oplossen van een pestprobleem het slachtoffer een training te bieden. Alle interventiemogelijkheden moeten uit de kast worden gehaald. Alle volwassenen moeten hun verantwoordelijkheid hierin nemen. Slachtoffers hebben ook vaak iets te leren en willen dat zelf ook graag, omdat ze minder machteloos willen staan. Het gaat er niet om dat er iets ‘mis’ zou zijn met slachtoffers, maar het pesten is een aanslag op je zelfvertrouwen en beïnvloedt je gedrag. Daar kunnen zij goed hulp bij gebruiken.

Ook onderzoek wijst op de gevolgen van pesten, de gevolgen daarvan op het gedrag van een slachtoffer en de gevolgen daarvan op de kans op gepest worden. Vrij vertaald: onderzoek laat zien dat slachtoffers gespannen en angstig zijn (Isolan, Salum, Osowski, Zottis, & Manfro, 2013), hun omgeving als bedreigend en buiten hun controle zien (Fredstrom, Adams, & Gilman, 2011). Deze reacties op gepest worden maakt dat slachtoffers zich onderdanig, angstig en verdedigend gedragen (Perren& Alsaker, 2006), wat de agressie (want dat is pesten) van anderen kan prikkelen.

Het is afschuwelijk dat het zo werkt. Laten we slachtoffers helpen – naast allerlei andere acties – om weer meer controle over hun situatie te krijgen.