Iedereen kan iets doen om pesten te stoppen

Het interview met de moeder in de Volkskrant van een dag of tien geleden, zette mij aan het denken. Deze moeder vroeg zich af wat zij had kunnen doen om de zelfdoding van een meisje van 16 uit de klas van haar zoon, te voorkomen. Dat deed mij denken aan de situatie van een paar weken geleden. Ik fietste door het Vondelpark na een bezoek aan de tandarts naar huis.

Helemaal tof voelde ik me niet, want de verdoving begon uit te werken. Ik hoorde plotseling gejammer. Ik spitste mijn oren: een kind dat bij zijn ouders is en dreint? Een meisje dat belaagd wordt door een jongen of jongens? Het gejammer hield aan. Het was ergens echt niet pluis. Ik besloot op onderzoek uit te gaan, en jawel, een jongen van een jaar of 11 in lichte staat van paniek staat bij fietsen en twee jongens staan er met stokken bij. Dus ik denk ‘zoek het uit’ en fiets weg… Nee, natuurlijk niet! Ik vraag wat hier aan de hand is. Ik zorg dat de jongen zijn fiets kan pakken en weg kan gaan. Zonder overigens die twee boosdoeners de mantel uit te vegen, want ik weet natuurlijk niet echt wat er is voorgevallen.

Wat mij nu het meeste raakte in de hele situatie is niet dat dit soort pestgedrag vóórkomt. Dat weet ik natuurlijk wel. Maar dat iedereen in dat park gewoon doorging met fietsen, lopen, op het gras hangen, terwijl die natuurlijk ook het gejammer van dat kind kunnen horen. Er is een uitspraak die ik me niet exact herinner, maar iets als ‘de meeste pijn wordt niet veroorzaakt door daders, maar door de mensen die toekijken’. Ik hoop maar dat ik gewoon de eerste was die kwam kijken.

Had ik anders moeten handelen? Had ik die pestkoppen wel bozer moeten toespreken? Had ik moeten vragen naar namen, en school en klas om zo de school in kennis te stellen? De jongen zei mij een eindje verder: ‘het zijn ook mijn vrienden; soms doen ze leuk en soms doen ze zo’. Had ik moeten zeggen: ‘goh, fijne vrienden; ik zou andere zoeken’. Maar ik weet dat er kinderen zijn die blij zijn dat ze tenminste ergens bij horen.

Jammer vind ik dat ik de pestkoppen niet iets meer informatie heb gegeven – naast mijn uitspraak dat ‘dit toch verdomd veel op pesten lijkt’ – zoals:
– Dit is pesten en hier beschadig je de ander mee;
– Dat is niet over, als hij straks misschien weer lacht; dat vreet aan je. Jullie maken iemand ongelukkig.
– Als kinderen lang worden gepest worden ze ziek in hun hoofd (depressief) en sommigen plegen zelfmoord.
Of niet?

Wel tevreden ben ik over het feit dat ik er niet te hard ben ingegaan. Want daarvan weet ik dat het frustrerend kan zijn voor pesters. Waardoor zij soms deze frustratie weer afreageren op de minst weerbare. En over dát ik iets deed, waardoor de gepeste jongen in ieder geval hulp heeft ervaren.

Terugkomend op het verhaal van die moeder. Die vertelde zo mooi dat ze bij haar eerste kind altijd zei als die op schoolreis of zo ging: ‘heb plezier’. En dat ze inmiddels tegen haar tweede kind iets zegt als: ‘heb plezier en let erop dat anderen het ook leuk hebben’. Prachtig!