8 februari 2016

Helpt het; een anti-pestcoördinator?

By |8 februari 2016|Nieuws, Opleiding trainers, Pesten op school, Sta Sterk, Workshops|

Ja. Maar om met Bruno Mars te spreken: ‘don’t believe me, just watch’. En lees dus mee wat ik vond in een onderzoeksartikel. Mevrouw Espelage*, die vaker onderzoek naar pesten doet, heeft in 2015 interessant onderzoek uitgevoerd. Nu is er (nog) geen onderzoek gedaan naar de anti-pestcoördinator van vandaag de dag en wat dat betekent voor de praktijk. Dus we moeten het doen met wat indirect bewijs. Maar toch. Wat blijkt uit haar onderzoek?

– Als een directie steun verleent bij het op de agenda krijgen/houden van pesten en agressie, dan is daar op school minder agressie en minder victimisatie (het tot slachtoffer worden gemaakt).
Waar heeft men het dan over? Over een breed scala van acties: commitment om pesten op de agenda te krijgen/houden, het ontwikkelen van anti-pestbeleid, programma’s om pesten te voorkomen en trainingsfaciliteiten voor personeel voor de aanpak van dit probleem.

– Interventies door de staf om slachtoffers te helpen zorgen ervoor dat er een grotere bereidheid onder leerlingen is om zelf te interveniëren. Met andere woorden: als een school uitdraagt dat het van belang is om slachtoffers helpen, dan laat je zien dat het niet deugt om iemand te pesten en dat maakt dat meer leerlingen zich manifesteren als helper/verdediger.

– De uitgedragen gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen is gerelateerd aan minder pesten, minder slachtofferschap van pesten, minder agressie en een grotere bereidheid van leerlingen om voor een ander op te komen.

– Ook het afwijzen van seksuele intimidatie is gerelateerd aan minder pesten, minder slachtofferschap van pesten, minder agressie en een grotere bereidheid van leerlingen om voor een ander op te komen.

– Positieve leerkracht-leerling relaties zijn ook gerelateerd aan het bekende rijtje: minder pesten, minder slachtofferschap van pesten, minder agressie en een grotere bereidheid van leerlingen om voor een ander op te komen.

*Dorothy L. Espelage Joshua R. Polanin Sabina K. Low: Teacher and Staff Perceptions of School Environment as Predictors of Student Aggression, Victimization, and Willingness to Intervene in Bullying Situations

16 december 2015

Herstel ‘Ja, maar, …’ in ere.

By |16 december 2015|Nieuws, Opleiding trainers, Pesten op school, Workshops|

Ja, het gebruik van ´ja, maar´ in gesprekken werkt beroerd, maar NIET omdat je eigenlijk ´nee, en´ bedoelt.

Het is alweer oud, de opstand tegen ´Ja, maar´ en de oplossing in ´omdenken´ en in ´nee, en´ zoeken. Het is misschien wat laat, maar ik ben erachter gekomen dat mensen die ´ja, maar´ zeggen ook precies ´ja, maar´ bedoelen. EN TERECHT.

Wat er mis gaat, is de snelheid; de haast in een gesprek. Leerling A: ´Hij deed zelf ook irritant.´ Leerkracht B: ´Ja, maar dat is geen reden om te gaan slaan!’ Wat hier mis gaat, is dat A zich absoluut niet gehoord voelt door leerkracht B. Hij heeft dus het gevoel dat het niet uitmaakt wat hij zegt; hij heeft het toch weer fout gedaan. Van de weeromstuit zal hij ook niet goed horen wat B te zeggen heeft.

Wat bedoelt B? Volgens mij iets van: ‘Ja, ik kan me voorstellen dat je vond dat x irritant deed; dat zou ik ook zo ervaren (of: je zal niet de enige zijn die dat zo ervaart). Maar je ergeren aan iemands gedrag is geen geldige reden om iemand te slaan.’ Kortom, in plaats van één zin er drie zinnen aan wijden, zou al schelen. En het gaat er dan vooral om te verduidelijken wat je bedoelt met de eerste ‘ja’.

Je kan er vervolgens nog een beetje humor in gooien: ‘Je moest eens weten hoe vaak ik me erger aan gedrag van leerlingen en als ik dan iedere keer een mep uit zou delen…. Zat jij hier misschien wel met een blauw oog.’

(Overigens kan in dit specifieke voorbeeld ook sprake zijn van ‘blame the victim’: er wordt vaker gezegd dat een slachtoffer irritatie oproept en daarom wordt gepest. Soms is dat gewoon niet waar (ze zoeken een relatief zwak iemand uit om te pesten ongeacht hoe deze zich gedraagt); in andere gevallen kan het wel waar zijn, maar zijn er uiteraard tal van andere mogelijkheden om om te gaan met ergerniswekkend gedrag van een ander. Wat zou je zeggen van:
– weg gaan uit de situatie
– rustig en sterk zeggen wat je niet bevalt en hoe je het graag wel ziet
– zelf je frustratietolerantie wat verhogen)

Geringe frustratietolerantie?

Geringe frustratietolerantie?

Nog wat voorbeelden uit de dagelijks praktijk:
– Ja, maar ik eet liever thuis:
Ja, ik snap dat jij graag uit eten gaat, want je hebt geen zin om samen te koken. Maar ik eet liever thuis.

– Ja, maar ik wil het hier niet hebben:
Ja, ik begrijp dat je thuis met je schoenen op de stoel mag zitten, maar ik wil het hier niet hebben.

– Ja, maar Patrick mag het wel:
Ja, u wilt de huiswerkopdracht dinsdag ingeleverd hebben om ze donderdag nagekeken te kunnen hebben, maar Patrick mag het wel woensdag inleveren.

– Ja, maar voor Jacqueline is het nog erger:
Ja, jij zit ook in een lastige positie als iedereen maar van je verwacht dat je partij trekt, maar voor Jacqueline is het nog erger.

– Ja, maar jij deed het ook en jij levert dus morgen je strafwerk in:
Ja, jij vindt het oneerlijk omdat jij vindt dat anderen ook straf moeten hebben, maar jij deed het ook en levert dus morgen je strafwerk in.

Een 'ja, maar-gesprek' of niet?

Een ‘ja, maar-gesprek’ of niet?

Meer bedreven worden in gesprekken met betrekking tot pesten voeren? Ik geef weer met mijn collega Mirelle Valentijn de cursus Anti-pestcoördinator op dinsdag 26 en woensdag 27 januari 2016. Er zijn nog enkele plekken vrij. Vraag de cursusgids aan via www.omgaanmetpesten.nl of margo@aanpakpesten.nl
7 december 2015

Waarom ook alweer: pesten zo veel mogelijk uitbannen?

By |7 december 2015|Nieuws, Opleiding trainers, Sta Sterk, Workshops|

Laatst gaf ik workshops op een PABO. Heel leuk om met toekomstige leerkrachten te werken. Zij stellen – gelukkig – ook nog vragen die vast niet iedereen meer durft te stellen. Hij ging ongeveer zo: ‘pesten is van alle tijden; kan overal in groepen plaatsvinden. Als dat dan zo’n natuurlijk verschijnsel in groepen is; waarom er dan iets tegen doen?’

Mijn antwoord was een beetje flauw: kanker is ook een natuurlijk verschijnsel. Het zijn namelijk cellen die zich delen en dat gebeurt aan de lopende band. Daarvan zeggen we ook niet: het is een natuurlijk proces; jammer dan. Mensen met die ziekte proberen we te genezen. En we stoppen een hoop geld in onderzoek naar hoe dat nog beter kan.

Toch blijft het soms lastig om echt te begrijpen waarom worden gepest zulke vreselijke gevolgen heeft. Dat blijkt namelijk al jarenlang uit onderzoek. Ik doe een poging dat iets meer te verhelderen.

Mensen zijn sociale wezens. Zij hebben de behoefte om bij een (sub)groep te horen. Sommige deskundigen wijzen in dit verband op onze oorsprong: toen wij nog jagers en verzamelaars waren, waren we voor ons voortbestaan afhankelijk van de groep. Verstoting betekende immers altijd de dood. Inmiddels is dat niet meer zo, maar onze hersenen zijn als het ware nog zo geprogrammeerd. Of dit nu de verklaring voor de wens om bij de groep te horen is of niet, maakt niet uit. We weten dat ‘bij de groep horen’ voor alle mensen belangrijk is. Zou er iemand bestaan die nooit eens enige zorgen heeft gekend over ‘of je je wel thuis zou voelen’ in een nieuwe groep?

Ook zeggen sommigen: ‘ik zou het niet erg vinden als ze ‘…’ tegen mij zeggen of doen’. Nee, één keer is ook nog geen pesten. Wat pesten schadelijk maakt is voornamelijk de herhaling. Iemand wordt niet één keer uitgemaakt voor ‘debiel’, ‘homo’ of ‘varken’, maar dagelijks of wekelijks. De consequente herhaling van deze woorden maken het voor het slachtoffer zo pijnlijk. Datzelfde geldt voor meer lichamelijk pesten: slaan, schoppen, duwen. Bovendien realiseren sommigen zich niet dat er helemaal niet iedere dag gepest hoeft te worden om het slachtofferschap in stand te houden. Het idee dat anderen blijkbaar machtiger zijn dan jij en zomaar kunnen beginnen met het grof overschrijden van jouw grenzen, maakt een kind iedere dag tot slachtoffer; ook op dagen dat er niets gebeurt.

1 februari 2015

Aanpak van pesten: zo hard nodig

By |1 februari 2015|Nieuws, Opleiding trainers, Trainingen|

Stand van Stichting Omgaan met Pesten op de NOT-beurd

Onze stand op de NOT

Het is al over vijven. Ik zit met dozen en tassen bij de dienstingang van de jaarbeurs te wachten op mijn collega’s die de auto ophalen voor de spullen. We hebben net een drukke dag achter de rug op de NOT. Een vrouw van ergens in de 50 wacht ook en we maken een praatje over de NOT en het succes ervan. Dan wisselen we uit voor welke club we op de NOT stonden. Op het moment dat ik vertel dat ik voor Stichting Omgaan met Pesten heb gestaan, neemt het gesprek een andere wending.

Zij vertrouwt me toe: ‘ik ben ook gepest vroeger. En zo terugkijkend op mijn leven heeft dat een grote invloed gehad. Het vormt je toch.’ Het is even stil. ‘Weet je, je krijgt een probleem om anderen te vertrouwen en dat slijt maar heel langzaam. En dat heeft grote gevolgen, alleen al op vriendschappen, want ik ging mensen toch een beetje op afstand houden.’ Onze auto’s zijn inmiddels gearriveerd. ‘Heel nodig wat jullie doen.’zo besluit ze ons gesprek. ‘Had ik maar geweten wat ik toen had kunnen doen; en de volwassenen in mijn leven ook’.

Zo’n verhaal maakt me verdrietig. Was het probleem maar serieuzer genomen. Dat had voor deze vrouw en duizenden ander mensen veel uitgemaakt. Het maakt me ook strijdbaar: alles wat Stichting Omgaan met Pesten doet blijft voorlopig nog heel hard nodig, want ieder gepast kind is er één te veel. Ik ga ervoor. Doet u mee?

17 juni 2014

Nieuwe trainers opgeleid

By |17 juni 2014|Nieuws, Opleiding trainers|

Foto gediplomeerden juni 2014; rechtsvoor de beide docenten

Foto gediplomeerden juni 2014; rechtsvoor de beide docenten

Afgelopen zaterdag ontvingen elf trainers van docent Margo Henderson uit Amsterdam hun diploma Trainer Omgaan met Pesten. Margo is blij met deze nieuwe collega’s erbij. De afgelopen weken is er in de media veel aandacht voor pesten naar aanleiding van het televisieprogramma Project P en ‘de lijst met veelbelovende anti-pestprogramma’s’. Omgaan met Pesten staat met twee programma’s op de lijst, Sta Sterk en Omgaan met Elkaar. ‘Heel fijn dat we nu weer elf goede trainers erbij hebben’ , zegt Margo. ‘ Ook deze nieuwe trainers in het land staan – net als Margo –  klaar om beroepskrachten, ouders en kinderen te helpen bij het omgaan met pesten.
In november 2014 start weer een nieuwe opleiding, www.omgaanmetpesten.nl.