Aanpak van pesten: zo hard nodig

Stand van Stichting Omgaan met Pesten op de NOT-beurd

Onze stand op de NOT

Het is al over vijven. Ik zit met dozen en tassen bij de dienstingang van de jaarbeurs te wachten op mijn collega’s die de auto ophalen voor de spullen. We hebben net een drukke dag achter de rug op de NOT. Een vrouw van ergens in de 50 wacht ook en we maken een praatje over de NOT en het succes ervan. Dan wisselen we uit voor welke club we op de NOT stonden. Op het moment dat ik vertel dat ik voor Stichting Omgaan met Pesten heb gestaan, neemt het gesprek een andere wending.

Zij vertrouwt me toe: ‘ik ben ook gepest vroeger. En zo terugkijkend op mijn leven heeft dat een grote invloed gehad. Het vormt je toch.’ Het is even stil. ‘Weet je, je krijgt een probleem om anderen te vertrouwen en dat slijt maar heel langzaam. En dat heeft grote gevolgen, alleen al op vriendschappen, want ik ging mensen toch een beetje op afstand houden.’ Onze auto’s zijn inmiddels gearriveerd. ‘Heel nodig wat jullie doen.’zo besluit ze ons gesprek. ‘Had ik maar geweten wat ik toen had kunnen doen; en de volwassenen in mijn leven ook’.

Zo’n verhaal maakt me verdrietig. Was het probleem maar serieuzer genomen. Dat had voor deze vrouw en duizenden ander mensen veel uitgemaakt. Het maakt me ook strijdbaar: alles wat Stichting Omgaan met Pesten doet blijft voorlopig nog heel hard nodig, want ieder gepast kind is er één te veel. Ik ga ervoor. Doet u mee?