6 maart 2017

Scholen doen het goed en: het kan altijd beter: lessen uit onderzoek Oldenburg

By |6 maart 2017|Nieuws, Pesten op school, Workshops|

Eind januari stonden de media bol van het opzienbarende nieuws naar aanleiding van het onderzoek van Beau Oldenburg: ‘Leraren moeten pesten tegengaan? Ze hebben geen idee wie er gepest wordt’ (RTL Nieuws); ‘Klaagt leerling over pesters? Wuif het niet weg (AD); ‘Gepest in de klas? Dan is de leraar verantwoordelijk’ (Seven Days). Wat staat er nu eigenlijk in dat onderzoek en wat kunnen we ervan leren?

Sommige leerkrachten kregen het gevoel dat zij het ‘weer eens niet goed doen’. De leerkracht aan de schandpaal nagelen, is niet terecht en de frustratie en boosheid die dat oproept is zonde van de energie. Wij hebben het in onze nieuwsbrieven al eerder gezegd: als leerkracht is het onmogelijk om alles wat er onder leerlingen speelt te zien en het praten over pesten is voor leerlingen niet gemakkelijk. Laten we kijken wat leerkrachten wél kunnen.

1.
Er blijkt meer pesten voor te komen in klassen waarin de leerkracht het pesten toeschrijft aan externe factoren. Logisch, als je denkt dat pesten plaatsvindt omdat pesters slecht worden opgevoed of omdat slachtoffers door hun ouders in de watten worden gelegd en daardoor overdreven gevoelig worden, zal je minder doen tegen pesten. Wat dus nodig is, is een juist beeld bij allen in het onderwijs werkzaam, van welke factoren pesten veroorzaken en verergeren. Ani-pestcoördinatoren kunnen een goede rol spelen in het verduidelijken hiervan. Bij pesten speelt een grote rol dat pesters graag macht willen om zo een hoge status te bemachtigen of te houden.

Gesprek over de pauze

2.
Van de 71 leerlingen die zelf aangeven gepest te worden, zijn maar 18 leerlingen die als pestslachtoffer worden herkend door hun leerkracht. Dit verschil is niet weg te redeneren door bijvoorbeeld te zeggen dat sommige pestslachtoffers hun situatie overdrijven, zoals soms zal gebeuren. Hierover kan nog veel meer worden gezegd en tegenin worden gebracht, maar dat doen we nu niet. De focus ligt op: hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer leerkrachten pestslachtoffers herkennen? Er is een veelheid aan mogelijkheden die leerkrachten hebben. We hebben er al eerder nieuwsbrieven aan gewijd.
We noemen er hier drie:
a. Laat kinderen na de pauze in een kring eens vertellen wat ze in de pauze leuk en niet leuk vonden van het gedrag van andere kinderen. En dan zonder de naam van de ander te noemen. De kinderen weten vaak wel wie er wordt genoemd, maar dat wuif je weg. Is (nu nog) even niet belangrijk. In het gesprek over het gebeurde (wat deed die ander dan precies? wat vond je er niet leuk van? wie kan zich dat voorstellen? is er iets wat een ander had kunnen doen voor jou?) komt impliciet aan de orde: wat zijn grenzen van een ander; welke normen en waarden hebben wij hier in de groep, etc. Je kunt het gesprek ook leiden naar een afspraak die we met elkaar kunnen maken. Wees zelf mild: veroordeel het gedrag niet als vreselijk, maar doe ook niet net alsof het oké is. We doen allemaal wel dingen waarvan we later denken dat we dat liever niet hadden gedaan. Heel leuk was dat een kind in de groep iets vertelde over de ander, en toen het gesprek hierover klaar was kwam de ‘dader’ met iets dat hij niet fijn had gevonden wat ‘het slachtoffer’ deed. Daar moest de groep om grinniken. Mooi dat dit gebeurde. Soms is naar gedrag immers een reactie op ander naar gedrag.
b. Scholen moeten sinds augustus 2015 meten hoe het in de school met de sociale veiligheid is gesteld. Dat neemt niet weg dat je ook heel goed een kort vragenlijstje kan laten invullen waarin de klas zelf aangeeft wie vaak welke rol heeft in de groep, en waarin kinderen kunnen aangeven hoe vaak zij worden gepest en door wie. Zeker als je meldt dat je met hun antwoorden niet de pester gaat straffen, maar dat je wilt weten hoe het zit zodat je kunt helpen. Geen garantie dat slachtoffers het melden, maar wel een kans. Vergeet ook niet om de kinderen dan te laten aangeven wie er volgens hen wordt gepest. Uit het onderzoek van Oldenburg bleek namelijk dat leerling hun pestervaringen vaker vertellen tegen vrienden en familie.

ouders en school werken samen

c. Betrek ouders. Zij kunnen een goede bron zijn van informatie. Niet alleen als hun eigen kind slachtoffer van pesten is, maar ook als zij thuis van hun kinderen verhalen over andere kinderen horen. Maak wel goed duidelijk (ouderavond?) dat pesten een lastig probleem is en dus niet 1,2,3 is opgelost.