12 januari 2016

Over het zelfvertrouwen van pesters

By |12 januari 2016|Nieuws, Pesten op school, Workshops|

Bij mijn zoektocht naar interessante informatie over pesten stuitte ik op een recent onderzoek dat licht werpt op ‘hoe het zit met pesters, zelfvertrouwen en narcisme’ van Fanti & Henrich (2015).

In mijn boek Omgaan met Pesten (2013) beschrijf ik wat er bekend is over het fenomeen pesten. Er zit een aparte paragraaf in over pesters. Hierin stel ik voorzichtig dat het niet lijkt te kloppen dat ‘pesters eigenlijk heel onzeker zijn’. Er is namelijk ook onderzoek (Bushman, 2009) waarin de onderzoeker een relatie legt tussen pestgedrag en zelfwaardering en narcisme.

Narcissus kijkt in het water en wordt verliefd op zijn eigen spiegelbeeld

Narcissus kijkt in het water en wordt verliefd op zijn eigen spiegelbeeld

Onderzoeken spreken elkaar overigens tegen waar het gaat om het zelfvertrouwen van pesters. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat pesters een lage mate van zelfvertrouwen hebben, juist veel zelfvertrouwen hebben of waar de relatie tussen pestgedrag en zelfvertrouwen niet is aangetoond.

Wat verstaan we onder zelfwaardering? Wat is narcisme? Zelfwaardering (self-esteem) (zelfrespect, zelfbeeld) verwijst naar een algehele acceptatie van zichzelf, het gevoel waardevol te zijn, zelfvertrouwen te hebben. Narcisme wordt geassocieerd met een verheven en fragiel zelfbeeld, het gebruik maken van anderen voor persoonlijk gewin, opgeblazen zelfbeoordelingen en geloof in eigen superioriteit. Zij hebben de neiging om het goede gevoel over zichzelf constant te vergroten, bijvoorbeeld door kritiek te hebben op anderen waardoor zij zelf ‘beter’ lijken.

Opgeblazen zelfbeeld?

Opgeblazen zelfbeeld?

Uit dit onderzoek blijkt dat pesters hoog scoren op narcisme. Tegelijkertijd scoren zij laag op zelfwaardering. Dit kan verklaren waarom de onderzoeken naar pesters en zelfvertrouwen geen eenduidig beeld gaven.

Fanti en Henrich beschrijven in hun artikel ook een interessant gezichtspunt van Barry, Grafeman, en anderen (2007). Zij maken verschil tussen aangepast (adaptive) en onaangepast (maladaptive) narcisme. Aangepast narcisme verwijst dan naar leiderschap, autoriteit, onafhankelijkheid en onaangepast narcisme naar ‘recht hebbend op’, uitbuitend gedrag, overdreven in de belangstelling willen staan. Zij vonden bewijs dat onaangepast narcisme een goede voorspeller was van agressief gedrag en problemen in de omgang met anderen.

Ik heb recht op meer, want ik ben bijzonder

Ik heb recht op meer, want ik ben bijzonder

Leuk om te weten, maar wat hebben we eraan voor de aanpak van pesten? Allereerst dat narcisme dus gevaarlijk is. Ten tweede dat het daarbij vooral gaat om het ‘onaangepast’ narcisme. Ten derde dat pesters baat zullen hebben bij een bepaalde aanpak om hen te bewegen hun gedrag te veranderen. Het bovenstaande geeft slechts een richting aan. Het is dus zaak om bij (narcistische) pesters de zelfwaardering op te krikken en tegelijkertijd het realiteitsgehalte van de zelfbeoordelingen te verhogen.

Verhogen:
– algehele acceptatie van zichzelf,
– het gevoel waardevol te zijn,
– het zelfvertrouwen.

Verlagen:
– verheven zelfbeeld,
– opgeblazen zelfbeoordelingen,
– geloof in eigen superioriteit,
– de neiging om het goede gevoel over zichzelf constant te vergroten.

Voorkomen:
– het gebruik maken van anderen voor persoonlijk gewin.

Grote vraag blijft: hoe dan precies. Als een kind zegt dat hij iets geweldig kan, ga je dan zeggen: ‘nou, zo geweldig is dat niet’ om zijn opgeblazen zelfbeeld wat realistischer te maken? Of is dat juist een aanslag op zijn zelfwaardering? Of werkt het als je dat dan aanvult met: ‘joh, je hoeft helemaal niet alles geweldig te kunnen; je bent ook leuk/waardevol/geliefd als je dat niet kan.’

Wordt vervolgd.