16 december 2015

Herstel ‘Ja, maar, …’ in ere.

By |16 december 2015|Nieuws, Opleiding trainers, Pesten op school, Workshops|

Ja, het gebruik van ´ja, maar´ in gesprekken werkt beroerd, maar NIET omdat je eigenlijk ´nee, en´ bedoelt.

Het is alweer oud, de opstand tegen ´Ja, maar´ en de oplossing in ´omdenken´ en in ´nee, en´ zoeken. Het is misschien wat laat, maar ik ben erachter gekomen dat mensen die ´ja, maar´ zeggen ook precies ´ja, maar´ bedoelen. EN TERECHT.

Wat er mis gaat, is de snelheid; de haast in een gesprek. Leerling A: ´Hij deed zelf ook irritant.´ Leerkracht B: ´Ja, maar dat is geen reden om te gaan slaan!’ Wat hier mis gaat, is dat A zich absoluut niet gehoord voelt door leerkracht B. Hij heeft dus het gevoel dat het niet uitmaakt wat hij zegt; hij heeft het toch weer fout gedaan. Van de weeromstuit zal hij ook niet goed horen wat B te zeggen heeft.

Wat bedoelt B? Volgens mij iets van: ‘Ja, ik kan me voorstellen dat je vond dat x irritant deed; dat zou ik ook zo ervaren (of: je zal niet de enige zijn die dat zo ervaart). Maar je ergeren aan iemands gedrag is geen geldige reden om iemand te slaan.’ Kortom, in plaats van één zin er drie zinnen aan wijden, zou al schelen. En het gaat er dan vooral om te verduidelijken wat je bedoelt met de eerste ‘ja’.

Je kan er vervolgens nog een beetje humor in gooien: ‘Je moest eens weten hoe vaak ik me erger aan gedrag van leerlingen en als ik dan iedere keer een mep uit zou delen…. Zat jij hier misschien wel met een blauw oog.’

(Overigens kan in dit specifieke voorbeeld ook sprake zijn van ‘blame the victim’: er wordt vaker gezegd dat een slachtoffer irritatie oproept en daarom wordt gepest. Soms is dat gewoon niet waar (ze zoeken een relatief zwak iemand uit om te pesten ongeacht hoe deze zich gedraagt); in andere gevallen kan het wel waar zijn, maar zijn er uiteraard tal van andere mogelijkheden om om te gaan met ergerniswekkend gedrag van een ander. Wat zou je zeggen van:
– weg gaan uit de situatie
– rustig en sterk zeggen wat je niet bevalt en hoe je het graag wel ziet
– zelf je frustratietolerantie wat verhogen)

Geringe frustratietolerantie?

Geringe frustratietolerantie?

Nog wat voorbeelden uit de dagelijks praktijk:
– Ja, maar ik eet liever thuis:
Ja, ik snap dat jij graag uit eten gaat, want je hebt geen zin om samen te koken. Maar ik eet liever thuis.

– Ja, maar ik wil het hier niet hebben:
Ja, ik begrijp dat je thuis met je schoenen op de stoel mag zitten, maar ik wil het hier niet hebben.

– Ja, maar Patrick mag het wel:
Ja, u wilt de huiswerkopdracht dinsdag ingeleverd hebben om ze donderdag nagekeken te kunnen hebben, maar Patrick mag het wel woensdag inleveren.

– Ja, maar voor Jacqueline is het nog erger:
Ja, jij zit ook in een lastige positie als iedereen maar van je verwacht dat je partij trekt, maar voor Jacqueline is het nog erger.

– Ja, maar jij deed het ook en jij levert dus morgen je strafwerk in:
Ja, jij vindt het oneerlijk omdat jij vindt dat anderen ook straf moeten hebben, maar jij deed het ook en levert dus morgen je strafwerk in.

Een 'ja, maar-gesprek' of niet?

Een ‘ja, maar-gesprek’ of niet?

Meer bedreven worden in gesprekken met betrekking tot pesten voeren? Ik geef weer met mijn collega Mirelle Valentijn de cursus Anti-pestcoördinator op dinsdag 26 en woensdag 27 januari 2016. Er zijn nog enkele plekken vrij. Vraag de cursusgids aan via www.omgaanmetpesten.nl of margo@aanpakpesten.nl
7 december 2015

Waarom ook alweer: pesten zo veel mogelijk uitbannen?

By |7 december 2015|Nieuws, Opleiding trainers, Sta Sterk, Workshops|

Laatst gaf ik workshops op een PABO. Heel leuk om met toekomstige leerkrachten te werken. Zij stellen – gelukkig – ook nog vragen die vast niet iedereen meer durft te stellen. Hij ging ongeveer zo: ‘pesten is van alle tijden; kan overal in groepen plaatsvinden. Als dat dan zo’n natuurlijk verschijnsel in groepen is; waarom er dan iets tegen doen?’

Mijn antwoord was een beetje flauw: kanker is ook een natuurlijk verschijnsel. Het zijn namelijk cellen die zich delen en dat gebeurt aan de lopende band. Daarvan zeggen we ook niet: het is een natuurlijk proces; jammer dan. Mensen met die ziekte proberen we te genezen. En we stoppen een hoop geld in onderzoek naar hoe dat nog beter kan.

Toch blijft het soms lastig om echt te begrijpen waarom worden gepest zulke vreselijke gevolgen heeft. Dat blijkt namelijk al jarenlang uit onderzoek. Ik doe een poging dat iets meer te verhelderen.

Mensen zijn sociale wezens. Zij hebben de behoefte om bij een (sub)groep te horen. Sommige deskundigen wijzen in dit verband op onze oorsprong: toen wij nog jagers en verzamelaars waren, waren we voor ons voortbestaan afhankelijk van de groep. Verstoting betekende immers altijd de dood. Inmiddels is dat niet meer zo, maar onze hersenen zijn als het ware nog zo geprogrammeerd. Of dit nu de verklaring voor de wens om bij de groep te horen is of niet, maakt niet uit. We weten dat ‘bij de groep horen’ voor alle mensen belangrijk is. Zou er iemand bestaan die nooit eens enige zorgen heeft gekend over ‘of je je wel thuis zou voelen’ in een nieuwe groep?

Ook zeggen sommigen: ‘ik zou het niet erg vinden als ze ‘…’ tegen mij zeggen of doen’. Nee, één keer is ook nog geen pesten. Wat pesten schadelijk maakt is voornamelijk de herhaling. Iemand wordt niet één keer uitgemaakt voor ‘debiel’, ‘homo’ of ‘varken’, maar dagelijks of wekelijks. De consequente herhaling van deze woorden maken het voor het slachtoffer zo pijnlijk. Datzelfde geldt voor meer lichamelijk pesten: slaan, schoppen, duwen. Bovendien realiseren sommigen zich niet dat er helemaal niet iedere dag gepest hoeft te worden om het slachtofferschap in stand te houden. Het idee dat anderen blijkbaar machtiger zijn dan jij en zomaar kunnen beginnen met het grof overschrijden van jouw grenzen, maakt een kind iedere dag tot slachtoffer; ook op dagen dat er niets gebeurt.