17 februari 2015

Interview over pesten na film Pekka

By |17 februari 2015|Nieuws, Pesten op school|

‘Wie spreekt hier nu de waarheid: de ouders of de school; die blonde medeleerling of de jongen met de bril?’ Uit de documentaire Pekka van regisseur Alexander Oey is moeilijk op te maken wat precies de situatie was waarin Pekka verkeerde. Had jij vrienden of niet? Werd hij gepest door medeleerlingen of viel dat wel mee? Dit is natuurlijk vaak een lastige kwestie.

Wie kan nu het beste aangeven dat iemand wordt gepest? Mijn antwoord is altijd: het doelwit zelf. ‘Ja, maar anderen vonden het plagen.’

Gepeste Pekka met pistool voor zijn schoolshooting

still uit film Pekka

Drie opmerkingen hierover:
1. Kunnen zij wel inschatten (als het jezelf niet overkomt) of zo’n opmerking of actie ‘niet zo erg ‘ is?
2. Hebben sommige medeleerlingen er geen belang bij om te ontkennen dat het ernstig is wat er gebeurt?
3. Helpt het om tegen iemand die gevoelens van pijn, verdriet, boosheid ervaart te zeggen: ‘het was niet erg, hoor’?
10 februari 2015

Slachtoffers die ook ‘pester’ zijn

By |10 februari 2015|Nieuws, Pesten op school, Sta Sterk|

boos reageren op pesten

boos reageren op pesten

Vaak worden gepeste kinderen stiller en trekken zij zich meer terug. Zij willen zichzelf beschermen tegen de agressie of uitsluiting door anderen. Toch zitten er regelmatig kinderen en jongeren tussen de groep gepesten, die zich teweer stellen tegen het gepest.

Met soms nare gevolgen: het kind wordt niet gezien als slachtoffer, maar als dader of minstens als: ‘je doet het zelf ook’. Dat neemt niet weg dat deze kinderen en jongeren zich diep van binnen rot voelen en hulp nodig hebben. Zij kunnen namelijk leren om zich rustig en sterk op te stellen. Bijvoorbeeld door het volgen van een training om te leren hoe je rustig en zelfverzekerd kan reageren op pesten. En met de nodige aandacht voor het pestprobleem van volwassenen in de omgeving: leerkracht/mentor, conciërge, ouders lukt het vaak om het tij te keren.

Daarvoor is goede signalering door volwassenen in de omgeving nodig. Is het kind vaker betrokken bij ‘reuring’ op het schoolplein? Reageert het boos op dingen die gebeuren in de groep? Dan is het zaak om beter te kijken naar wat er aan de hand is. Achterhaal in gesprekken met dit kind en met anderen uit de omgeving wat er zoal gebeurt. Kinderen die zelf ook niet handig opereren, doen dit omdat ze geen alternatieven voor dit gedrag zien. En soms omdat ze die wel zien maar er nog niet toe in staat zijn. Gun deze kinderen de kans dat te leren. Voor henzelf en hun omgeving.

1 februari 2015

Aanpak van pesten: zo hard nodig

By |1 februari 2015|Nieuws, Opleiding trainers, Trainingen|

Stand van Stichting Omgaan met Pesten op de NOT-beurd

Onze stand op de NOT

Het is al over vijven. Ik zit met dozen en tassen bij de dienstingang van de jaarbeurs te wachten op mijn collega’s die de auto ophalen voor de spullen. We hebben net een drukke dag achter de rug op de NOT. Een vrouw van ergens in de 50 wacht ook en we maken een praatje over de NOT en het succes ervan. Dan wisselen we uit voor welke club we op de NOT stonden. Op het moment dat ik vertel dat ik voor Stichting Omgaan met Pesten heb gestaan, neemt het gesprek een andere wending.

Zij vertrouwt me toe: ‘ik ben ook gepest vroeger. En zo terugkijkend op mijn leven heeft dat een grote invloed gehad. Het vormt je toch.’ Het is even stil. ‘Weet je, je krijgt een probleem om anderen te vertrouwen en dat slijt maar heel langzaam. En dat heeft grote gevolgen, alleen al op vriendschappen, want ik ging mensen toch een beetje op afstand houden.’ Onze auto’s zijn inmiddels gearriveerd. ‘Heel nodig wat jullie doen.’zo besluit ze ons gesprek. ‘Had ik maar geweten wat ik toen had kunnen doen; en de volwassenen in mijn leven ook’.

Zo’n verhaal maakt me verdrietig. Was het probleem maar serieuzer genomen. Dat had voor deze vrouw en duizenden ander mensen veel uitgemaakt. Het maakt me ook strijdbaar: alles wat Stichting Omgaan met Pesten doet blijft voorlopig nog heel hard nodig, want ieder gepast kind is er één te veel. Ik ga ervoor. Doet u mee?